De bevalling als beproeving?

De oorsprong van het begrip pijn bij bevallen

Eeuwenlang hebben vrouwen geleefd met het idee dat een bevalling heel pijnlijk is. Talloze generaties vrouwen verkeerden in de veronderstelling dat een bevalling een gruwelijke foltering moest zijn. En wie pijn verwacht, voelt ook pijn!!
Jammer genoeg wordt het ‘geloof’ dat pijn ‘van nature hoort’ bij een bevalling nog altijd doorgegeven Toch is het niet altijd zo geweest. En zelfs vandaag de dag zien we in ‘minder ontwikkelde’ culturen, niet beïnvloed door de westerse beschaving, dat vrouwen bevallen met weinig drukte en ongemak, terwijl zij fysiek toch hetzelfde lichaam hebben als westerse vrouwen. Zij hebben alleen nog nooit gehoord van de ‘vloek van Eva’ en de bijbehorende verschrikkingen.

Om het ontstaan te begrijpen van het ‘geloof’ dat vrouwen ‘vervloekt’ zijn om in pijn hun kinderen te baren, moeten we ruim 5000 jaar terug. Naar een tijd toen vrouwen hun kinderen kregen op een natuurlijke manier, met een minimum aan ongemak en pijn, tenzij er sprake was van een complicatie. Het leven van de volkeren in oude tijden was geconcentreerd op de natuur en het moederschap. Zij eerden Moeder Natuur, Moeder Aarde en Moeder Schepper. Vrouwen werden geëerd als de schenksters van leven.

Omdat men nog niet op de hoogte was van het verband tussen geslachtsverkeer en zwangerschap, geloofde men dat vrouwen kinderen kregen omdat ze dat wilden. Als scheppers, verantwoordelijk voor het overleven van het menselijke ras, werd hen geleerd verbonden te zijn met de goden. Beelden van godinnen van deze vroege volkeren hebben dan ook vaak de grote borsten en de bolle buik van hoogzwangere vrouwen. Deze primitieve volken vereerden de natuur en beschouwden de geboorte als de hoogste manifestatie daarvan. Wanneer een vrouw ging bevallen, verzamelde iedereen zich rondom haar in de tempel om ‘het leven te vieren’, om de goden te vragen het kind te zegenen met gezondheid en kracht. Bevallen was een religieuze rite, en niet de pijnlijke beproeving die het  later werd.
Vrouwen waren voedsters en genezers. Wat voor medicijnen er ook werden gebruikt, ze werden ontwikkeld, gebrouwen en toegediend door vrouwen. Zij werkten samen en wisselden uit wat ze leerden, vaak gecontroleerd door de ‘wijze vrouwen’ van het dorp. Het genezen gebeurde door de handen en de genezende geest van vrouwen. De mannen verzamelden voedsel, kruiden en bouwmaterialen. De rol van man en vrouw was verschillend maar gelijkwaardig.

Een opgewekte houding ten opzichte van zwangerschap en geboorte had eeuwenlang de overhand. Onderzoek toont aan dat noch bij Hippocrates noch bij Aristoteles pijn in verband werd gebracht met de geboorte van een kind, behalve in het geval van een complicatie. Zelfs dan werden vrouwen in een ontspannen toestand gebracht met kruiden en brouwsels zodat de complicatie behandeld kon worden. Hoewel de Grieken een mannelijke god als hoogste god erkenden, beeldden zij hun lagere goden en godinnen als gelijkwaardig uit. Vanuit deze religie werden vrouwen met respect behandeld.

Zowel Hippocrates als Aristoteles geloofden dat aan de behoeften en gevoelens van bevallende vrouwen moest worden tegemoet gekomen. Zij waren er voor dat een barende vrouw iemand had die haar bijstond en steunde en verzorgde. Hippocrates was de eerste die een formele instructie gaf aan vroedvrouwen.
Hippocrates en Aristoteles schreven herhaaldelijk dat de natuur de beste dokter is en dat zij (de natuur) zou moeten kunnen functioneren zonder de inbreuk van ‘bemoeizieke tussenkomst’. Aristoteles schreef in zijn lessen over de verbinding tussen lichaam en geest en legde de nadruk op diepe ontspanning gedurende de bevalling. Nergens schreef hij over pijn in zijn geschriften over de normale bevalling.

In 79 v. C. begon Soranus, een andere arts uit de Griekse School, de geschriften van Aristoteles en Hippocrates in boekvorm uit te geven. Soranus’ bijdrage gaf hem de reputatie een van de grootste verloskundigen aller tijden geweest te zijn. Hij onderstreepte het belang te luisteren naar de behoeften en gevoelens van barende vrouwen en was voor het gebruik van de krachten van de geest om de ontspanning te bereiken die naar een gemakkelijke bevalling leidt. Evenmin als Aristoteles en Hippocrates, maakte Soranus melding van pijn, behalve wanneer hij schreef over abnormale of gecompliceerde bevallingen. In deze gevallen beval ook hij kruiden en drankjes aan om de pijn en het ongemak te verlichten. Vrouwen werden vriendelijk, zacht en met blijdschap behandeld gedurende de natuurlijke gebeurtenis van het bevallen van een kind.
Iets van deze benadering bleef in Griekenland honderden jaren bestaan. Nog in de jaren ’30 van de vorige eeuw verzamelden vrouwen op het Griekse platteland zich rondom een ’geboorteboom’ een boom met lage takken waaraan een vrouw zich kon vastklampen wanneer zij haar baby uitdreef in de tweede fase van de bevalling. Vreugde en blijdschap waren de overheersende emoties, niet angst en lijden.

De godinnen afgedankt
Deze filosofie was echter niet algemeen in de rest van Europa. Stammen begonnen hun boerenbedrijven te ontwikkelen en te verdedigen. De oorlog werd vereerd, en strijders werden gezien als leiders. De verspreiding van het Christendom in Europa bracht ‘de vloek van Eva’ met zich mee. Het geloof in één, mannelijke, god liet geen ruimte voor het godinnenconcept. De stenen tempels en altaren van de volkeren die de natuur vereerden, werden vernietigd, en de christelijke kathedralen verrezen in hun plaats. De beelden van de godinnen werden vernield en begraven. De natuur kwam op het tweede plan en bijgevolg werden alle geschriften over natuurlijk genezen in beslag genomen en begraven. Helaas, ook Soranus’ boek over natuurlijk bevallen onderging hetzelfde droevige lot.

In een poging om de nieuwe religie te veraangenamen werden veel van de tradities, symbolen en festiviteiten van de natuuraanbidders behouden. Hun winter-zonnewendefeest, in de donkerste tijd van het jaar, bleef; samen met de symbolen van de natuur: boom, mistletoe en hulst. Deze oeroude symbolen zijn nu nog steeds belangrijk in de kersttijd, net zoals wij rond Pasen nog altijd de oude vruchtbaarheidssymbolen kennen: de haas, het ei en het kuiken., die lang geleden aan de goden werden geofferd ter voorbereiding van het zaaien.

Helaas ging de gelijkwaardige rol van de vrouw verloren. Er werd letterlijk geen middel onbeproefd gelaten om het concept van de godinnen de kop in te drukken en de rol van vrouwen opnieuw te definiëren. In de tweede eeuw schreef Clemens van Alexandrië: ‘Iedere vrouw zou vervuld van schaamte moeten zijn bij de gedachte dat zij een vrouw is.’ Het werd vrouwen verboden hun geneeskunst uit te oefenen en zo werden ze gedwongen in het geheim bijeen te komen. Zij konden alleen nog werken in het donker van de nacht. Vandaar dat hekserij, ooit een eerbaar en genezend talent, aan de kaak werd gesteld als werktuig van de duivel en verboden werd. Alles wat betreft artsenij en geneeskunst werd stevig in handen van de priesters en monniken gelegd, die hun  claimden dat zij hun ‘krachten’ van God hadden ontvangen. De geestelijkheid oefende volledig gezag uit over wie wel en wie niet behandeld kon worden.

Heksenprocessen
Honderdduizenden vrouwen werden van hekserij beschuldigd. Zij werden systematisch veroordeeld tot langdurige martelingen, verminking en de brandstapel. Hun zogenaamde misdaad was hun bekwaamheid om te genezen. Aangezien de leer van de kerk voorschreef dat alleen God de kracht had om te genezen, bewezen de successen van deze vrouwen dus dat ze inderdaad samenwerkten met de duivel. Vijf eeuwen lang is dit zo doorgegaan.
In Duitsland werden de meeste executies voltrokken, met wel vierhonderd geëxecuteerden op een dag. Zij die ontkwamen aan de brandstapel werden uitgestoten, er werd op hen neergekeken als minderwaardig en ze werden verbannen naar een leven in onderdanigheid. Men beweert dat hun onwetendheid deze onderdanigheid veroorzaakte, en hun onderdanigheid veroorzaakte weer onwetendheid. Anderen ontkenden hun helende vermogens om te kunnen overleven. Zij onderwierpen zich aan het gezag van de Kerk. Deze stelde dat de vertaling van het Hebreeuwse verslag van de schepping er geen twijfel over liet bestaan: de vrouw diende zowel ten opzichte van haar echtgenoot als in de maatschappij in het algemeen, onderworpen te zijn.

Mannen in de artsenij, de regering en de Kerk, voerden een intense strijd om het beeld uit te wissen van vrouwen als middelpunt van de godsdienst. Deze strijd had succes. Door een serie verordeningen die zich uitstrekten over de eeuwen, werd de bevalling, eens de ‘viering van het leven’, teruggebracht tot een ondraaglijk pijnlijke , eenzame en zeer gevreesde beproeving. De wet eiste dat vrouwen als ‘onrein’ werden afgezonderd en geïsoleerd tijdens de zwangerschap en de bevalling. Het gezag over de hele medische praktijk en de geneeskunst lag stevig verankerd in de handen van priesters en monniken. Dokters hadden hún toestemming nodig om de ‘zieken die het verdienen’ bij te staan. Omdat kinderen het resultaat waren van ‘vleselijke zonden’, werden barende vrouwen niet geacht tot ’de zieken die het verdienen’ te horen. Medici werd verboden een bevallende vrouw te begeleiden. Dit had tot gevolg dat zelfs in het geval van een gecompliceerde geboorte, geen medicijnen of kruiden konden worden toegediend aan een barende vrouw. De verloskunde was afgeschaft, en de bevallende moeder werd alleen en zonder steun gelaten.

Omdat vrouwen ‘nu eenmaal boete moesten doen voor de erfzonde’, was er in die tijd ook geen gehoor voor een vraag om genade. Vrouwen die een gecompliceerde bevalling hadden, leden ongehoorde verschrikkingen. Nieuwe wetten verkondigden dat wanneer er complicaties waren, een baby levend moest worden gehaald. Bij zo’n gelegenheid verschenen boerenknechten en geitencastreerders, de enige mensen die een bevallende vrouw mochten helpen, en zij ‘haalden’ het kind door de wand van de baarmoeder open te snijden, zonder te letten op het leven of de doodsstrijd van de moeder. Wanneer een baby niet levend kon worden gehaald moest h’et kind gedoopt worden in de baarmoeder. Vrouwen die stierven werden beschouwd als ‘gered’ omdat ze een nieuwe ziel op de wereld hadden gebracht. Vrouwen betaalden de prijs van de erfzonde en het was bepaald een hoge prijs. Dit (bij)geloof heeft eeuwen stand gehouden.

Wanneer we terugkijken op al deze gebeurtenissen, begrijpen we dat het de angst voor complicaties, en als resultaat daarvan de dood, was, en niet de angst voor de geboorte, die er de oorzaak van was dat vrouwen met afschuw tegen een bevalling opzagen. Grote angst veroorzaakt grote spanning; en de spanning , op zijn beurt veroorzaakt een gespannen baarmoeder die niet in staat is op een natuurlijke manier te werken. Zij die deze beproeving meemaakten en degenen die er getuige van waren, getuigden van de ‘doodsstrijd’ die werd ervaren tijdens bevallingen. Hoe kon een vrouw anders dan met angst en vrezen aan een bevalling denken! De geboorte als ‘viering van het leven’ was verder weg dan ooit!
In de ogen van de Kerk en de leiders van de maatschappij, en bijgevolg ook in de ogen van de vrouwen zelf, was dit het vonnis waartoe vrouwen voor eeuwig waren veroordeeld. Het Angst-Spanning-Pijn-Syndroom had zich diep vastgezet en het schiep zijn eigen voortgang.

De geneeskunst ging vooruit met de wedergeboorte van de wetenschappen, na de donkere Middeleeuwen, maar de positie van vrouwen en geboorte niet. Bijbelvertalingen, geschreven in een tijd dat geloofd werd dat pijn een natuurlijke begeleider van de geboorte was, hielden het begrip van ‘de vloek van Eva’ levend.
Eindelijk werden in het begin van de 16e eeuw de geschriften van Soranus herontdekt. De medische wereld toonde belangstelling, en artsen die door hun geweten werden gedreven, trotseerden de bestaande wetten. Het eerste boek over verloskunde werd geschreven, gebaseerd op de theorieën en het onderwijs van de meest vooraanstaande filosofen en geneesheren die de wereld tot dan toe gekend had.
Pas in het laatste deel van de 16e eeuw werd het veedrijvers en herders verboden bij wet om bevallende vrouwen bij te staan; maar nog waren artsen niet in staat een bevalling te leiden.
Rond die tijd kwam het beroep van vroedvrouw weer terug, maar dit werd nog lang beschouwd als oneerbaar: vrouwen die goed genoeg waren voor dat ‘vieze werk’ bij bevallingen.
Kraamvrouwenkoorts door gebrekkige hygiëne
Pas in het midden van de 18e eeuw mochten artsen vrouwen helpen bij een bevalling. Helaas waren artsen die toen de verloskunde bedreven, meestal incompetent of dronkaards. Kraamklinieken waren verbijsterend smerig. Infecties door zoiets simpels als ongewassen handen kwamen veel voor. Sommige vrouwen die thuis bevielen gingen dood aan complicaties, maar nog veel vaker stierven vrouwen in een ziekenhuis door infectie met kraamvrouwenkoorts. En hoewel de sterfte veel vaker een gevolg was aan gebrek aan hygiëne dan van complicaties bij de bevalling, werd de angst om te sterven nog sterker in verband gebracht met het krijgen van een kind.

Vele jaren werd er weinig gedaan om verandering te brengen in de praktijk van de verloskunde. Wijd verbreide kennis over verdoving, hygiëne, antibiotica en pijnstillers was er klaarblijkelijk niet tot ± 1900.
Zelfs de komst van een verdovingsmiddel als chloroform bracht geen verlichting voor de aanstaande moeder. Het gebruik ervan was verboden tijdens een bevalling, alhoewel het wel was toegestaan voor allerlei andere medische handelingen. Deze houding ten opzichte van vrouwen en geboorte was niet beperkt tot Europa. Een minister in New England (V.S), antwoordde, toen werd voorgesteld dit middel aan vrouwen tijdens de bevalling te geven ter verlichting, dat wanneer men dat zou doen, dit God zou beroven van de vreugde van hun ’diepe, ernstige roep om hulp.’

Uiteindelijk kwam er een mildere houding door de druk van invloedrijke personen, en doordat het gebruik van verdoving werd toegestaan. Toen de deur naar het gebruik van verdoving eenmaal geopend was, sloeg het – met name in Amerika – snel door naar het tegenovergestelde. Het vroeg toedienen van medicijnen en verdoving  (‘my epidural’) werd – en is meer dan ooit – de gewoonte bij alle verlossingen.
Pas eind jaren ’60 kwam er meer belangstelling voor het ‘natuurlijk bevallen’.

Vertrouwen in plaats van angst
Door zelfhypnose, ontspanning en natuurlijke technieken, zoals die worden geleerd in deze HypnoBirthing-cursus, kunnen we angst en vrees vervangen door vertrouwen, door in blijdschap, geluk en rust uit te kijken naar de geboorte.
Als je je verdiept in deze natuurlijke manier van bevallen, zul je erachter komen dat je heel veel mogelijkheden hebt. Je leert met je geest, je lichaam en je baby samen te werken in natuurlijke harmonie. Dat alles zorgt er voor dat jij de veilige en mooie bevalling krijgt waarnaar je verlangt.